De formule
Operationele kosten zijn onder meer beheer, regulier onderhoud, verzekeringen, eigenaarslasten en erfpacht. Grote incidentele investeringen en financieringslasten worden apart gehouden. Gebruik voor alle posten dezelfde jaarperiode en maak duidelijk of bedragen historisch, contractueel of begroot zijn.
Een kengetal is pas bruikbaar wanneer teller, noemer en meetperiode controleerbaar zijn. Noteer daarom bij ieder percentage of ratio welke waarde, inkomsten, kosten en financieringslasten zijn gebruikt. Maak ook zichtbaar of bedragen inclusief of exclusief btw zijn en of ze uit een taxatie, contract, begroting of eigen verwachting komen. Zo voorkomt u dat twee ogenschijnlijk gelijke uitkomsten feitelijk iets anders meten.
Financiers kunnen hun analyse aanpassen voor leegstand, achterstallig onderhoud, niet-marktconforme huur, een korte resterende huurtermijn, erfpacht, fiscale posten, bijzondere objectrisico's of een conservatievere waarde. De uitkomst op deze website is daarom een transparante eerste berekening en geen acceptatiecriterium. Gebruik haar om gerichte vragen te stellen en lever de bronstukken mee waarmee een financier de cijfers kan reproduceren.
NOI = huur + overige vastgoedinkomsten − leegstand − operationele vastgoedkostenRekenvoorbeeld
Een verhuurd pand genereert €54.000 bruto huur. De belegger reserveert €2.700 voor leegstand en oninbaarheid, €3.600 voor beheer, €4.500 voor onderhoud, €1.200 voor verzekeringen en €2.600 voor belastingen en overige eigenaarslasten. De totale operationele kosten exclusief leegstand zijn €11.900. De NOI is €54.000 − €2.700 − €11.900 = €39.400.
Een onderhoudsvrij jaar mag niet automatisch tot een structureel hogere NOI leiden. Gebruik een realistische gemiddelde onderhoudsreserve. Werk daarnaast een scenario uit met lagere bezetting of hogere kosten, omdat de NOI de teller vormt voor DSCR en ICR.
NOI-rekenmachine
Wijzig een bedrag en zie de uitkomst direct. Er wordt niets opgeslagen of verzonden.
Normwaarden en bandbreedtes
Voor NOI is vooral de verhouding tot bruto inkomsten en de kwaliteit van de onderliggende posten relevant. De ranges hieronder zijn indicatieve kosten- en leegstandscontext.
Genoemde bandbreedtes zijn marktcontext per augustus 2026 en geen aanbod of toezegging. Iedere financier kan andere definities, correcties en voorwaarden hanteren.
| Objecttype | Gebruikelijke bandbreedte | Wat een financier meestal wil zien |
|---|---|---|
| Beleggingspand woningen | operationele marge vaak 65%–85% | Realistische onderhouds- en leegstandsreserve |
| Beleggingspand commercieel | sterk contractafhankelijk | Doorbelasting, incentives en huurdersrisico zichtbaar |
| Bedrijfspand eigen gebruik | vastgoed-NOI meestal niet passend | Ondernemingskasstroom in plaats van fictieve huur |
| Transformatie of ontwikkeling | stabilisatie na oplevering | Aanloop, leegstand en gefaseerde verhuur apart |
Veelgemaakte fouten
- Rente en aflossing aftrekken terwijl die later in DSCR of ICR terugkomen.
- Onderhoud op nul zetten omdat recent niets is uitgegeven.
- Servicekosten als vrije inkomsten tellen zonder bijbehorende kosten.
- Contracthuur gebruiken zonder leegstand, incentives of oninbaarheid.
- Een gestabiliseerde NOI presenteren zonder aanloopperiode te tonen.
Hoe financiers dit anders kunnen berekenen
Een financier kan genormaliseerde onderhoudskosten toepassen, niet-marktconforme huur corrigeren, incidentele opbrengsten verwijderen of een vaste leegstandsopslag gebruiken. Bij commerciële huur kan worden gekeken naar resterende contractduur en kredietkwaliteit van huurders. Vraag welke posten in de operationele kosten moeten worden opgenomen.
Financiers kunnen hun analyse aanpassen voor leegstand, achterstallig onderhoud, niet-marktconforme huur, een korte resterende huurtermijn, erfpacht, fiscale posten, bijzondere objectrisico's of een conservatievere waarde. De uitkomst op deze website is daarom een transparante eerste berekening en geen acceptatiecriterium. Gebruik haar om gerichte vragen te stellen en lever de bronstukken mee waarmee een financier de cijfers kan reproduceren.
Samenhang met andere kengetallen
Eén ratio beschrijft nooit het volledige plan. Bekijk daarom ook de DSCR voor dekking van rente en aflossing en de ICR voor rentedekking. Een financier combineert waardebuffer, eigen inbreng, kasstroom, rentedekking, objectkwaliteit en dossierstukken. Een sterke uitkomst op één onderdeel compenseert niet automatisch een zwakke of onduidelijke onderbouwing elders.
Gebruik de volledige vastgoedscan om dezelfde invoer consequent door alle berekeningen te laten lopen. Daardoor sluiten de cijfers in het financieringsprofiel op elkaar aan en ziet u welke documenten of aannames nog aandacht vragen.
Wat u in het dossier opneemt
Lever een huurdersoverzicht, huurcontracten, historische exploitatie, actuele begroting en toelichting per grote kostenpost. Maak onderscheid tussen doorbelaste servicekosten, eigenaarslasten, regulier onderhoud en investeringen. Laat zien hoe leegstand en indexatie zijn bepaald. Zo kan een financier uw NOI herleiden en een eigen sensitiviteitsanalyse uitvoeren.
Van berekening naar een financierbaar dossier
De uitkomst van een rekenmachine is het begin van de analyse, niet het eindpunt. Leg daarom naast het basisscenario ten minste een voorzichtig scenario. Verlaag huurinkomsten, verhoog operationele kosten of rente en controleer vervolgens welke ratio het eerst onder druk komt. Benoem ook welke maatregel beschikbaar is wanneer dat gebeurt, bijvoorbeeld extra eigen middelen, een lagere leensom, een langere looptijd, gefaseerde uitvoering of een aanvullende kostenreserve. Een financier ziet dan niet alleen een optimistische uitkomst, maar ook hoe u met onzekerheid omgaat.
Werk iedere invoer terug naar een controleerbare bron. Een marktwaarde hoort bij een taxatierapport met peildatum. Huur hoort bij contracten, een huurderslijst en informatie over indexatie en resterende looptijd. Exploitatiekosten sluiten aan op historische cijfers, offertes of een realistische begroting. Financieringslasten komen uit een scenario met hoofdsom, rente, looptijd en aflosvorm. Eigen middelen worden onderbouwd met de herkomst en het moment waarop ze beschikbaar zijn. Wanneer een bedrag nog onzeker is, presenteert u het als aanname en niet als vastgesteld feit.
Controleer vervolgens of alle tabellen dezelfde cijfers gebruiken. De gewenste financiering in de LTV moet gelijk zijn aan de lening in LTC, DSCR en ICR. De NOI in de DSCR moet aansluiten op de exploitatiebegroting en op de NAR. De totale investering moet overeenkomen met aankoopprijs, bijkomende kosten, verbouwing en overige projectkosten. Juist deze onderlinge aansluiting maakt een dossier professioneel: de lezer hoeft niet te raden waarom bedragen op verschillende pagina's afwijken.
Maak tot slot duidelijk wat de berekening niet bewijst. Een gunstige ratio zegt niets definitiefs over kredietwaardigheid, juridische structuur, fiscale gevolgen, vergunningen, technische staat of acceptatiebeleid. Laat relevante onderdelen toetsen door een accountant, taxateur, notaris, fiscalist, juridisch adviseur of vergunninghoudende financieel adviseur. FinancierMijnVastgoed.nl structureert de invoer en maakt formules zichtbaar, maar vervangt hun beoordeling niet.
Bewaar bij iedere nieuwe versie de datum en reden van de wijziging. Zo blijft zichtbaar of een ratio veranderde door een nieuwe taxatie, aangepaste huur, hogere bouwkosten of andere financieringsvoorwaarden. Dit voorkomt dat een oude berekening naast een nieuwe begroting blijft circuleren. Deel bij voorkeur één actuele versie met een korte wijzigingenlijst, zodat accountant, adviseur en financier vanuit dezelfde uitgangspunten werken.
Marktcontext, stand augustus 2026
Genoemde bandbreedtes zijn marktcontext per augustus 2026 en geen aanbod of toezegging. Iedere financier kan andere definities, correcties en voorwaarden hanteren.
NOI is geen nettowinst en ook geen vrije kasstroom na financiering. De maatstaf is juist bedoeld om de prestatie van het vastgoed vóór rente en aflossing te isoleren.
Veelgestelde vragen
Welke kosten horen in de NOI?
Beheer, regulier onderhoud, verzekeringen, eigenaarsbelastingen, erfpacht en realistische leegstand behoren doorgaans tot de operationele kosten. Definities kunnen per financier verschillen.
Hoort rente in de NOI?
Nee. Rente is een financieringslast en wordt bij ICR of DSCR afzonderlijk vergeleken met de NOI.
Is NOI hetzelfde als nettowinst?
Nee. NOI laat de operationele vastgoedprestatie vóór financiering, winstbelasting en afschrijving zien en is dus geen nettowinst.
Hoe ga ik om met groot onderhoud?
Incidentele investeringen kunnen apart worden getoond, maar een realistische structurele onderhoudsreserve hoort vaak wel in de exploitatie. Licht de gekozen methode toe.
Kan ik NOI gebruiken bij eigen gebruik?
Meestal niet op basis van fictieve huur. Bij eigen gebruik beoordeelt een financier de operationele kasstroom van de onderneming en alle verplichtingen.